Naar de inhoud

30 feiten

30 leuke feiten over Hondsdolheid (rabiës)

Leer iets nieuws en test jezelf daarna met de quiz.

Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.

Wist je dit allemaal? Bewijs het.

Doe de quiz van 30 vragen
1

Welke historische naam van hondsdolheid verwijst naar de angst voor water?

De ziekte heet ook rabiës of lyssa; het zien van water kan bij patiënten pijnlijke krampen uitlokken.

2

Van welk orgaan is hondsdolheid een virusinfectie?

Zodra een patiënt symptomen vertoont, loopt de ziekte vrijwel altijd dodelijk af.

3

Welke geleerde ontwikkelde een vaccinatie tegen hondsdolheid die eerst bij honden werkte?

De methode was in dierproeven geslaagd, maar nog niet met succes op mensen getest toen de eerste gebeten jongen zich meldde.

4

In welke twee werelddelen valt het overgrote deel van de doden door hondsdolheid?

Wereldwijd eist de ziekte nog 40.000 tot 70.000 levens per jaar; India is een van de getroffen landen.

5

Welke klieren bevatten hoge concentraties rabiësvirus, zodat een beet besmettelijk is?

Het virus verhoogt bovendien de aanmaak van kwijl, wat verdere overdracht in de hand werkt.

6

Een beet in welk lichaamsdeel geeft bij hondsdolheid de kortste incubatietijd?

Hoe verder de wond van het hoofd ligt, hoe langer het virus onderweg is.

7

Welke contacten met een besmet dier dragen hondsdolheid slechts zeer zelden over?

In bijna alle gevallen loopt de besmetting via een bijtwond; loslopende honden in het buitenland kun je daarom beter niet aaien.

8

Wat moet er bij voorkeur gebeuren met een dier dat iemand beet en mogelijk hondsdol is?

Is het dier niet te vangen en blijft besmetting mogelijk, dan wordt het slachtoffer preventief ingeënt.

9

Welk gedrag van een wild dier zoals een vos geldt als verdacht voor hondsdolheid?

Ook agressie en onrust zijn verdacht, maar sommige dieren dragen het virus zonder er zichtbaar last van te hebben.

10

Waarvan hangt de lengte van de incubatietijd van hondsdolheid vooral af?

In die periode reist het virus langs de zenuwen omhoog naar het centrale zenuwstelsel.

11

In welk deel van de wereld brengen ook wasberen en stinkdieren hondsdolheid over?

Elders zijn het vooral vleeseters zoals honden en katten die de ziekte met een beet doorgeven.

12

Welke belasting wordt sinds de Middeleeuwen geheven en moest ook hondsdolheid tegengaan?

De heffing moest daarnaast de overlast van de dieren beperken.

13

Tot welk geslacht van virussen behoort het rabiësvirus?

Het is de typesoort van dat geslacht, dat tot de familie Rhabdoviridae behoort.

14

Welke spieren kunnen bij een rabiëspatiënt verkrampen bij het zien van water?

De krampen zijn zo onaangenaam dat de patiënt bang wordt voor water; soms overlijdt iemand al tijdens zo'n aanval.

15

Hoe oud was Joseph Meister toen hij in 1885 door een jachthond werd aangevallen?

Het dier beet hem in de rechterhand en, nadat hij viel, ook in de benen; ook de eigenaar van de hond werd gebeten.

16

Hoe zouden rabiëspatiënten in theorie andere mensen kunnen besmetten?

In de praktijk komt zo'n overdracht van mens op mens eigenlijk niet voor.

17

Waaruit werden in België vanaf 1989 lokazen tegen hondsdolheid uitgeworpen?

Per vierkante kilometer ging het om 15 tot 20 stuks lokaas; het was een nationaal programma.

18

Welk volk uit de oudheid kende hondsdolheid al als een aparte ziekte?

De ziekte heet ook lyssa; wie besmet raakt en geen behandeling krijgt, overlijdt eraan.

19

Wat krijgt een gebeten slachtoffer naast het rabiësvaccin als passieve immunisatie?

Het vaccin wordt in meerdere sessies toegediend; samen voorkomt dit vrijwel altijd dat de ziekte uitbreekt.

20

Van welk dier kwam het ruggenmerg voor de inenting die Joseph Meister in 1885 kreeg?

Het dier was aan de ziekte overleden; de behandeling bestond uit herhaalde injecties met een emulsie van dat ruggenmerg.

21

Welke baan kreeg Joseph Meister later bij het Pasteur-instituut?

Daarvoor had hij een eigen zaak geërfd, maar die liep slecht en werd in 1912 verkocht.

22

Tussen welke twee geluiden houdt het kenmerkende gehuil van hondsdolle honden het midden?

Zieke honden kwijlen veel, drentelen rusteloos rond en bijten zich vast in tralies of een stok.

23

Hoe noem je een virus dat zich, zoals het rabiësvirus, op het zenuwweefsel richt?

Vanaf de plek van binnenkomst klimt het via de zenuwen naar het centrale zenuwstelsel en daarna naar andere organen.

24

Uit welk land kwam het gesmokkelde katje Lee dat het Belgische FAVV in 2020 wilde afmaken?

Volgens het agentschap ontbrak de infrastructuur om de kat in observatie te houden; de zaak leidde tot wekenlange emotionele discussies.

25

Uit welk jaar dateren de laatste gevallen van rabiësoverdracht van dier op mens in Nederland?

Latere Nederlandse patiënten liepen de ziekte in het buitenland op, onder meer in Afrika en Haïti.

26

Waarom is nooit bewezen dat de hond die Joseph Meister beet echt hondsdol was?

Toch geldt zijn geval als de eerste gepubliceerde succesvolle inenting tegen de ziekte.

27

Aan welke celreceptor bindt het rabiësvirus naar alle waarschijnlijkheid?

De binding gebeurt met de uitstekende trimeren aan de buitenkant van het virusmembraan.

28

Hoe heet het instulpen van het celmembraan waardoor het rabiësvirus een cel binnendringt?

Het virus komt zo in een endosoom terecht, waarvan het het zure milieu benut om zijn eiwitten en RNA in de cel te brengen.

29

Wat in de maag van een gedode hond gold in 1885 als zeker teken van hondsdolheid?

Een dierenarts deed die vondst bij de jachthond die de jonge Joseph Meister had aangevallen.

30

Welk virus werd in 1996 voor het eerst bij een Britse vleermuis gevonden?

In 2002 overleed een vleermuisliefhebber na een beet: het eerste inheemse Britse geval van hondsdolheid in bijna een eeuw.

Ken jij Hondsdolheid (rabiës)?

Test deze feiten in de interactieve quiz.

Doe de quiz van 30 vragen
30 feiten over Hondsdolheid (rabiës) die je nog niet kende