Naar de inhoud

30 feiten

30 leuke feiten over Winter voor kinderen

Leer iets nieuws en test jezelf daarna met de quiz.

Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.

Wist je dit allemaal? Bewijs het.

Doe de quiz van 30 vragen
1

Met hoeveel opeenvolgende jaartallen kan een bepaalde winter worden aangeduid?

Staat er maar één jaartal, dan is dat het jaar waarin de winter begint.

2

Wat veroorzaakt de afwisseling van de winter met de andere seizoenen?

Op het noordelijk halfrond wijst de aardas in de winter van de zon af en in de zomer er juist naartoe.

3

Rond welke datum begint de astronomische winter op het noordelijk halfrond?

Die dag is op het noordelijk halfrond ook de kortste dag van het jaar.

4

Wat is naast de lage temperaturen het meest kenmerkend aan de winter?

Op het zuidelijk halfrond is alles omgekeerd: daar is het winter wanneer het noordelijk halfrond zomer heeft.

5

Wat vermindert er bij dieren tijdens de winterslaap?

Andere dieren ontlopen de kou met de vogeltrek. Het zijn allemaal aanpassingen om te kunnen overwinteren.

6

Wie schreef ‘Het betoverde land achter de kleerkast’ uit ‘De Kronieken van Narnia’?

In zulke verhalen wordt de winter voorgesteld als een persoon of verbonden met negatieve zaken, zoals het ontbreken van elke hoop.

7

Wat is wellicht de oorzaak van neerslachtigheid in de winter?

Neemt die somberheid ernstige vormen aan, dan spreekt men van een winterdepressie.

8

Welke maanden vormen de meteorologische winter op het zuidelijk halfrond?

Op het noordelijk halfrond zijn het december, januari en februari. Over die periode wordt ook de gemiddelde wintertemperatuur berekend.

9

Welke componist schreef ‘De vier jaargetijden’, waarvan één stuk de winter voorstelt?

Ook in klassieke mythologieën en volksverhalen wordt de winter op allerlei manieren symbolisch afgebeeld.

10

Welk feest op 11 november geldt in sommige Europese landen als begin van de winter?

In die landen laat men de lente al beginnen op Valentijnsdag, 14 februari.

11

Wat voegden Europeanen als voornaamste aanpassing aan hun smaak toe aan de cacaodrank?

De kolonisten namen verder de technieken van de Amerindianen over, zoals het vergisten, drogen en branden van de cacaobonen.

12

Op welke datum eindigt de astronomische winter op het noordelijk halfrond meestal?

De zon staat dan 's middags loodrecht boven de evenaar. Dat moment heet de equinox en daarna begint de lente.

13

Welke windkracht heeft de stormachtige wind die 's winters aan de Nederlandse kust staat?

Aan de kust gebeurt dat gewoonlijk op 4 tot 6 dagen. Landelijk gemiddeld stormt het op 1 dag.

14

Op welke rivier werden tijdens de Kleine IJstijd geregeld vorstbeurzen gehouden?

De Kleine IJstijd duurde van de 15e tot en met de 18e eeuw en bracht Nederland en veel andere delen van de wereld strenge winters.

15

Wat beleefde Nederland in 2009 en 2010 voor het eerst twee keer achter elkaar?

Sinds het begin van de meetreeksen was dat niet eerder voorgekomen, ondanks de steeds zachtere winters.

16

In welk land wordt de periode van de winter uitsluitend bepaald aan de hand van de dagduur?

Niet alle landen op hetzelfde halfrond beschouwen precies dezelfde delen van het jaar als winter.

17

Wie daalt in de Griekse mythologie elke herfst af naar de onderwereld?

Zij is de dochter van Zeus. Aan haar jaarlijkse afdalen werd het wisselen van de seizoenen toegeschreven.

18

Waaruit bestaat het zuidelijk halfrond voor een veel groter deel dan het noordelijke?

De zee houdt een temperatuur veel langer vast dan land. Daardoor valt de koudste periode er later dan op het noordelijk halfrond.

19

Welke seizoenen kende men oorspronkelijk in de Germaanse streken?

Later kwam de lente erbij als derde seizoen. Ook de jaren zelf werden per koud seizoen geteld.

20

In welke plaats werd op 27 januari 1942 het Nederlandse kouderecord gevestigd?

Het was er toen 27,4 graden onder nul.

21

Uit welke oertaal stamt het woord ‘winter’, van de vorm *wintruz?

Verwante vormen zijn vetr in het Oudnoors en vintrus in het Gotisch.

22

Boven welke lijn staat de zon loodrecht als op het zuidelijk halfrond de winter begint?

Dat gebeurt in juni. De zuidelijke winter eindigt meestal op 23 september, soms een dag eerder.

23

In welk onderdeel van chocoladekannen uit de 18e eeuw zat vaak een gat met een schuifklep?

Door dat gat stak een roerstok, want de chocolade loste toen niet zo gemakkelijk op en had de neiging te zinken.

24

Sinds welk jaar neemt het aantal zachte winters in Nederland zeer snel toe?

In de dertig jaar daarvoor was nog even sprake van een kleine afkoeling. Het aantal koude tot strenge winters neemt sindsdien juist af.

25

Hoe heet het punt dat de aarde op 3 januari bereikt, het dichtst bij de zon?

De afstand tot de zon is dan ongeveer 147,1 miljoen km. Daardoor is de noordelijke winter minder koud en korter dan de zuidelijke.

26

Hoe heet 1 november, de dag waarop volgens de Ierse kalender de winter begint?

De winterzonnewende, eind december, geldt in die kalender als het midden van de winter.

27

Naar welke stad werden in de jaren 1580 de eerste commerciële vrachten cacao verscheept?

In de 17e eeuw verspreidde het drinken van chocolade zich via kloosters en vorstenhoven buiten het Spaanse Rijk.

28

Welke andere naam heeft het koudegetal, de maatstaf voor de strengheid van een winter?

Een koudegetal tussen 40 en 100 betekent een normale winter; onder de 40 geldt hij als zacht tot zeer zacht.

29

Welke cacaodrank was in het begin van de 20e eeuw zeer populair in Nederland?

Lange tijd was chocolade drinken een luxe die alleen rijken zich konden permitteren.

30

Op welke dag begin februari eindigt de winter volgens de Ierse kalender?

De dag komt overeen met 1 of 2 februari. Volgens die kalender begint dan de meteorologische lente.

Ken jij Winter voor kinderen?

Test deze feiten in de interactieve quiz.

Doe de quiz van 30 vragen
30 feiten over Winter voor kinderen die je nog niet kende