Naar de inhoud

30 feiten

30 leuke feiten over Ergotherapie

Leer iets nieuws en test jezelf daarna met de quiz.

Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.

Wist je dit allemaal? Bewijs het.

Doe de quiz van 30 vragen
1

Uit welke taal stamt het woord waarvan de term ergotherapie is afgeleid?

Het woord érgon betekent handeling, werk of daad.

2

Tot welk gebied rekent de ergotherapie hobby's, sport en spel?

Het is een van de gebieden waarop ergotherapeut en zorggebruiker samen prioriteiten bepalen.

3

Tot welk soort zorgdisciplines wordt ergotherapie gerekend?

Ergotherapeuten helpen mensen die door ziekte, stoornis of beperking moeite hebben met dagelijkse handelingen.

4

Welke jongste leeftijdsgroep kan al een beroep doen op een ergotherapeut?

Ook jonge kinderen en volwassenen kunnen bij een ergotherapeut terecht.

5

Hoe kan een ergotherapeut ook buiten een instelling werkzaam zijn?

Ergotherapeuten werken verder in onder meer ziekenhuizen, revalidatiecentra, onderwijsinstellingen en verpleeghuizen.

6

Met wie bepaalt een ergotherapeut samen de belangrijkste problemen en prioriteiten?

Dat gebeurt aan de hand van een kennismakingsgesprek, observaties, testen en dossierstudie.

7

Welk soort problemen brengt een ergotherapeut in kaart en behandelt hij?

De behandeling gebeurt in overleg met de zorggebruiker en diens context.

8

Welk diploma is in Nederland minimaal nodig als vooropleiding voor ergotherapie?

De studie zelf is een bacheloropleiding aan een hogeschool.

9

Volgens welk principe formuleert een ergotherapeut behandeldoelen bij voorkeur?

De doelen worden verdeeld in doelstellingen voor de lange en de korte termijn.

10

Waarmee kan een zorggebruiker bij ergotherapie een handeling toch leren uitvoeren?

Andere routes zijn de handeling opnieuw leren of haar op een andere manier leren uitvoeren.

11

Waar moet iemand die heel weinig ADL-verrichtingen zelf kan doen misschien verzorgd worden?

Wie zo weinig zelf kan, heeft in elk geval veel hulp nodig.

12

Hoe worden de doelen van een ergotherapeutische behandeling opgesteld?

Eerst volgen een verkennend gesprek en een uitgebreide informatieverzameling via onderzoek, observaties en dossierstudie.

13

Waarin verdeelt een ergotherapeut dagelijkse activiteiten onder?

Daarnaast zorgt de ergotherapeut voor aanpassingen of gradaties, zodat een taak haalbaar wordt.

14

Hoeveel jaar duurt de hbo-bachelor ergotherapie in Nederland?

De opleiding wordt onder meer gegeven aan hogescholen in Amsterdam, Rotterdam en Groningen.

15

Wat willen verplegenden en verzorgenden bij de zelfzorg van mensen vooral stimuleren?

Ze vullen tekorten aan en houden rekening met de lichamelijke en geestelijke vermogens van de persoon.

16

Welk derde aandachtspunt hoort in de ergotherapie bij de persoon en de omgeving?

Een ergotherapeut behandelt problemen in overleg met de zorggebruiker en diens context.

17

Bij welke ADL-verrichting hoort de kachel hoger of lager kunnen zetten?

Ook het uitkiezen van dunne of dikke kleding valt hieronder.

18

Waarvan gaat een ergotherapeut uit bij de aanpak van problemen van een zorggebruiker?

Ook de context van de zorggebruiker, zoals de naaste omgeving, telt daarbij mee.

19

Welke training rekent de ergotherapie tot het gebied mobiliteit?

Ook gangreëducatie en fijne motoriek vallen onder dit gebied.

20

Bij welke instantie werkt een Nederlandse ergotherapeut als indicatiesteller voor de Wmo?

Voor de AWBZ was dat een CIZ.

21

Voor welke plek buiten huis, werk en school adviseert een ergotherapeut over aanpassingen?

Het doel van zulk advies is dat iemand zinvoller kan functioneren.

22

Naar welk moment kijkt een langetermijndoelstelling (LTD) in de ergotherapie vooruit?

Een andere vraag die zo'n doelstelling beantwoordt, is welk doel na een jaar bereikt moet zijn.

23

Welk type bachelor is de opleiding ergotherapie aan een Belgische hogeschool?

De Belgische opleiding duurt drie jaar.

24

Wat moet een zorggebruiker volgens een kortetermijndoelstelling (KTD) nog verwerven?

Zo'n doelstelling kan ook de deelstappen beschrijven op weg naar het langetermijndoel.

25

Voor welk woord staat de H in HDL, de tegenhanger van ADL?

Sommige mensen hebben alleen bij die taken hulp nodig en niet bij de zelfzorg.

26

Welke organisatie bracht de leidraad ‘Diversity Matters’ voor ergotherapeuten uit?

De leidraad wil dat ergotherapeuten wereldwijd de culturele, sociale en economische diversiteit van mensen met beperkingen bespreken en waarderen.

27

Onder welke ADL-zelfzorgactiviteit valt ook het innemen van medicijnen?

Ook drinken, aan- en uitkleden en lichamelijke hygiëne staan in het overzicht van zelfzorg.

28

Welk soort vragen stelt de leidraad ‘Diversity Matters’ voor ergotherapeuten voor?

De vragen zijn bedoeld om in de praktijk de discussie over diversiteit op gang te brengen.

29

Hoeveel leidende principes telt de leidraad ‘Diversity Matters’ voor ergotherapeuten?

Het eerste principe gaat over de feiten: diversiteit maakt verschil.

30

Tot welk soort onderzoeksmethoden behoren COPM en OPHI in de ergotherapie?

AMPS en PRPP zijn juist manieren om iemand tijdens het handelen te observeren.

Ken jij Ergotherapie?

Test deze feiten in de interactieve quiz.

Doe de quiz van 30 vragen
30 feiten over Ergotherapie die je nog niet kende