Met AI in het Nederlands gemaakt op basis van onze Engelse quiz; de bronnen verwijzen naar de Nederlandse Wikipedia.
Ergotherapie helpt mensen die door ziekte, stoornis of beperking vastlopen bij gewone dagelijkse handelingen, van aankleden en koken tot werken en naar school gaan. Deze quiz gaat over de herkomst van het woord, de manier waarop een ergotherapeut problemen in kaart brengt en doelen opstelt, en de plekken waar ergotherapeuten werken. Ook de opleiding in Nederland en België, het begrip ADL en de internationale leidraad over diversiteit komen aan bod.
Alle 30 vragen met antwoorden en uitleg. Speel de quiz
Q 01Uit welke taal stamt het woord waarvan de term ergotherapie is afgeleid?
Grieks
Het woord érgon betekent handeling, werk of daad.
Q 02Tot welk gebied rekent de ergotherapie hobby's, sport en spel?
Vrije tijd
Het is een van de gebieden waarop ergotherapeut en zorggebruiker samen prioriteiten bepalen.
Q 03Tot welk soort zorgdisciplines wordt ergotherapie gerekend?
Paramedische
Ergotherapeuten helpen mensen die door ziekte, stoornis of beperking moeite hebben met dagelijkse handelingen.
Q 04Welke jongste leeftijdsgroep kan al een beroep doen op een ergotherapeut?
Baby's
Ook jonge kinderen en volwassenen kunnen bij een ergotherapeut terecht.
Q 05Hoe kan een ergotherapeut ook buiten een instelling werkzaam zijn?
Zelfstandig in eigen praktijk
Ergotherapeuten werken verder in onder meer ziekenhuizen, revalidatiecentra, onderwijsinstellingen en verpleeghuizen.
Q 06Met wie bepaalt een ergotherapeut samen de belangrijkste problemen en prioriteiten?
Cliënt
Dat gebeurt aan de hand van een kennismakingsgesprek, observaties, testen en dossierstudie.
Q 07Welk soort problemen brengt een ergotherapeut in kaart en behandelt hij?
Handelingsproblemen
De behandeling gebeurt in overleg met de zorggebruiker en diens context.
Q 08Welk diploma is in Nederland minimaal nodig als vooropleiding voor ergotherapie?
Havo of mbo
De studie zelf is een bacheloropleiding aan een hogeschool.
Q 09Volgens welk principe formuleert een ergotherapeut behandeldoelen bij voorkeur?
SMART
De doelen worden verdeeld in doelstellingen voor de lange en de korte termijn.
Q 10Waarmee kan een zorggebruiker bij ergotherapie een handeling toch leren uitvoeren?
Hulpmiddelen en aanpassingen
Andere routes zijn de handeling opnieuw leren of haar op een andere manier leren uitvoeren.
Q 11Waar moet iemand die heel weinig ADL-verrichtingen zelf kan doen misschien verzorgd worden?
Verpleegtehuis
Wie zo weinig zelf kan, heeft in elk geval veel hulp nodig.
Q 12Hoe worden de doelen van een ergotherapeutische behandeling opgesteld?
In samenspraak
Eerst volgen een verkennend gesprek en een uitgebreide informatieverzameling via onderzoek, observaties en dossierstudie.
Q 13Waarin verdeelt een ergotherapeut dagelijkse activiteiten onder?
Kleine stappen
Daarnaast zorgt de ergotherapeut voor aanpassingen of gradaties, zodat een taak haalbaar wordt.
Q 21Voor welke plek buiten huis, werk en school adviseert een ergotherapeut over aanpassingen?
Openbare gebouwen
Het doel van zulk advies is dat iemand zinvoller kan functioneren.
Q 22Naar welk moment kijkt een langetermijndoelstelling (LTD) in de ergotherapie vooruit?
Einde van de revalidatieperiode
Een andere vraag die zo'n doelstelling beantwoordt, is welk doel na een jaar bereikt moet zijn.
Q 23Welk type bachelor is de opleiding ergotherapie aan een Belgische hogeschool?
Professionele
De Belgische opleiding duurt drie jaar.
Q 14Hoeveel jaar duurt de hbo-bachelor ergotherapie in Nederland?
Vier jaar
De opleiding wordt onder meer gegeven aan hogescholen in Amsterdam, Rotterdam en Groningen.
Q 15Wat willen verplegenden en verzorgenden bij de zelfzorg van mensen vooral stimuleren?
Zelfredzaamheid
Ze vullen tekorten aan en houden rekening met de lichamelijke en geestelijke vermogens van de persoon.
Q 16Welk derde aandachtspunt hoort in de ergotherapie bij de persoon en de omgeving?
Activiteit
Een ergotherapeut behandelt problemen in overleg met de zorggebruiker en diens context.
Q 17Bij welke ADL-verrichting hoort de kachel hoger of lager kunnen zetten?
Lichaamswarmte regelen
Ook het uitkiezen van dunne of dikke kleding valt hieronder.
Q 18Waarvan gaat een ergotherapeut uit bij de aanpak van problemen van een zorggebruiker?
Mogelijkheden en sterktes
Ook de context van de zorggebruiker, zoals de naaste omgeving, telt daarbij mee.
Q 19Welke training rekent de ergotherapie tot het gebied mobiliteit?
Rolstoeltraining
Ook gangreëducatie en fijne motoriek vallen onder dit gebied.
Q 20Bij welke instantie werkt een Nederlandse ergotherapeut als indicatiesteller voor de Wmo?
Gemeente
Voor de AWBZ was dat een CIZ.
Q 24Wat moet een zorggebruiker volgens een kortetermijndoelstelling (KTD) nog verwerven?
Vaardigheden
Zo'n doelstelling kan ook de deelstappen beschrijven op weg naar het langetermijndoel.
Q 25Voor welk woord staat de H in HDL, de tegenhanger van ADL?
Huishoudelijke
Sommige mensen hebben alleen bij die taken hulp nodig en niet bij de zelfzorg.
Q 26Welke organisatie bracht de leidraad ‘Diversity Matters’ voor ergotherapeuten uit?
World Federation of Occupational Therapists
De leidraad wil dat ergotherapeuten wereldwijd de culturele, sociale en economische diversiteit van mensen met beperkingen bespreken en waarderen.
Q 27Onder welke ADL-zelfzorgactiviteit valt ook het innemen van medicijnen?
Eten
Ook drinken, aan- en uitkleden en lichamelijke hygiëne staan in het overzicht van zelfzorg.
Q 28Welk soort vragen stelt de leidraad ‘Diversity Matters’ voor ergotherapeuten voor?
Reflectieve
De vragen zijn bedoeld om in de praktijk de discussie over diversiteit op gang te brengen.
Q 29Hoeveel leidende principes telt de leidraad ‘Diversity Matters’ voor ergotherapeuten?
Vier
Het eerste principe gaat over de feiten: diversiteit maakt verschil.
Q 30Tot welk soort onderzoeksmethoden behoren COPM en OPHI in de ergotherapie?
Interviewmethoden
AMPS en PRPP zijn juist manieren om iemand tijdens het handelen te observeren.